
VARIA
SRI
SATHYA SAI DEENAJANODDHARANA PATHAKAM
Een
Instituut van hoop voor behoeftige kinderen
"Studeer
je in klas VII?" vroeg Swami tijdens darshan aan een jongen uit een
groep van 60 die in de zuidoosthoek van de Sai Kulwant Hall zaten. Het was
januari 2004.
"Nee,
Swami" antwoordde de jongen terwijl hij nederig voor Bhagavān
neerknielde.
"VIII?"
"Nee,
Swami."
"IX?"
"Nee,
Swami."
"In
welke klas zit je?" vroeg Swami.
"In
klas X, Swami" antwoordde de jongen. Dat klonk ongetwijfeld raar, maar was
niettemin een feit. Swami lachte hartelijk voordat hij opmerkte: "Dat gaat
met sprongen vooruit!" en liep toen verder.
De
jongen, die woonde in het kindertehuis dat op 20 juni 2002 door Bhagavān
was gesticht met de naam Deenajanoddharana Pathakam, was één van de
zeven jongens die in maart 2004 het staatsexamen van klas X aflegden. Hij was
één van de 62 jongens die naar Bhagavān kwamen om Zijn mededogen en
zegening te ontvangen. Alle zeven jongens slaagden voor het examen, zes in de
eerste graad en één in de tweede graad!
Enkele
weken voordat Bhagavān de Pathakam inwijdde, had Hij in een
bijeenkomst in de Sai Kulwant Hall gewag gemaakt van Zijn verdriet en diepe
bezorgdheid naar aanleiding van een persbericht in een Telugukrant: een vrouw
had met haar vier kinderen zelfmoord gepleegd omdat ze niet in staat was geweest
haar kinderen en zichzelf te onderhouden na de dood van haar man. Onmiddellijk
daarna gaf Hij opdracht tot het opstellen van een lijst van behoeftige jongens
in de drie 'mandals' (districten) Puttaparthi, Kothacheruvu en
Bukkapanam. Meer dan tachtig jongens kwamen op 20 juni 2002 met hun familie naar
Prashānti Nilayam. Slechts 62 van hen (met inbegrip van twee jongens die
onlangs zijn toegelaten) bleven, met twaalf moeders, om Bhagavāns
zegen te ontvangen. De jongste van hen was in juni 2002 pas 10 maanden oud en
de oudste nog geen dertien.
Toen
de jongens uit de stoffige dorpen kwamen, zagen ze er sjofel uit, gekleed in
vuile lompen, en waren ze ondervoed. Sommigen hadden huidproblemen, terwijl
verscheidene jongens problemen met hun ogen hadden. Om te beginnen moesten ze
allemaal nodig naar de kapper en in bad. Toen ze samen met hun familie naar Prashānti
Nilayam werden gebracht, werden ze ondergebracht in shed nr.
Tijdens
hun verblijf van ongeveer vijf weken in de shed was het eerste dat ze begonnen
te leren het reciteren van de Veda's. Hoe zou het anders kunnen zijn voor de
kinderen van Vedapurusha? Nu gaat het reciteren van de Veda's ze goed
af. Enkele maanden later vroeg Bhagavān aan wijlen Sri P.V. Narasimha
Rao het kindertehuis (het complex waarnaar de jongens in juli 2003 waren
verhuisd) te bezoeken. Het was een onverwacht bezoek. Toen Sri P.V. Narasimha
Rao om het tehuis heen liep en de jongens uit de Veda's hoorde citeren, zei hij:
"gewoonweg betoverend!".
Toen
de jongens op 25 juli 2003, Gurupūrnimā, werden overgebracht naar het
nieuwe, zich uitbreidende complex, kwam Swami daar persoonlijk naartoe en kookte
Hij melk. (Het koken van melk is een ritueel dat door een huiseigenaar wordt
uitgevoerd bij de inwijding van zijn huis.) Het nieuwe complex heeft een
gebedsruimte, een ruime eetzaal met een moderne keuken en voorraadruimtes en
ongeveer 200 individuele kamers met bad en toilet. Een zonneboiler verschaft
alle bewoners van het tehuis warm water.
Enkele
dagen na hun verhuizing naar het nieuwe complex waren de jongens in de Sai Kulwant
Hall voor de darshan van Bhagavān toen er onder alle aanwezige
devotees vruchten werden rondgedeeld. Een van de studenten die aan de groep
jongens van het tehuis vruchten kwam uitdelen, bood aan een jongen met de naam
Nagendra een vrucht aan. "Nee, dank je wel" zei de jongen beleefd,
"je hebt me er al een gegeven!"
"Wat
een contrast met sommige van de volwassenen en de zogenaamd welopgevoede mensen
die bij ons zeuren om meer, zelfs nadat ze hun deel gekregen hebben", dacht
de student verwonderd. Dat is het niveau van de transformatie die in de
jongens wordt teweeggebracht in enkele dagen nadat ze in de nabijheid van Bhagavān
zijn gekomen. Bhagavān weet alles wat er in het universum gebeurt. Zou
Hij niet weten wat er in de mandir gebeurt? Hij liep langzaam naar de
jongen en bood hem zelf een vrucht aan.
"Nee,
dank U, Swami" zei hij, "ik heb er al een."
"Geeft
niet, neem hem" zei Swami, "Ik geef hem je."
"Nee,
dank U, Swami" zei de jongen beleefd.
"Wat
wil je?" vroeg Swami.
"Chaduvu
(onderwijs), Swami!" antwoordde de jongen.
Iedereen
was aangenaam verrast.
"Daar
zal ik voor zorgen" beloofde Swami.
Swami
vroeg nog eens: "Wat wil je nog meer?"
"Niets,
alleen onderwijs" antwoordde de jongen.
Swami
was vergenoegd. Hij materialiseerde een gouden ketting en legde die zelf om de
hals van de jongen.
Swami
hield zich prompt aan Zijn belofte. Binnen twee maanden ontstond er in het
complex een nieuw schoolgebouw met acht klaslokalen. Daartoe opgeleide
onderwijzers onder de sevādalvrijwilligers onderwijzen de jongens.
Daarnaast werken verscheidene devotees van Bhagavān er vrijwillig.
Bhagavān wijdde het nieuwe schoolgebouw in februari
"Tot
pas geleden hadden we niet elke dag een fatsoenlijke maaltijd en niemand die
voor ons zorgde" memoreert één van de jongens. "Nu heeft Swami alles
voor ons geregeld. We zijn goed gekleed en goed gevoed. Toen we hier aankwamen
kregen we een algemeen gezondheidsonderzoek, voor de eerste keer in ons leven.
We krijgen copieuze maaltijden: ontbijt,
lunch, 's middags een tussendoortje en avondeten, om nog niet te spreken van de prasāda
die Swami ons vaak toestuurt en wel fruit, snoep, gedroogde vruchten,
cashewnoten, koekjes en chocola allemaal mandenvol!"
Elke
jongen heeft zes stuks kleding, twee stuks nachtkleding, in de winter truien en
dekens, een matras, een kussen, lakens, schoenen, sandalen en wat niet al meer.
"We
genieten hier dezelfde voorzieningen als de leerlingen van tehuizen van andere Sri
Sathya Sai-onderwijsinstituten, misschien nog wel betere" verklaart
een jongen blij. "Dat niet alleen, we krijgen dezelfde mogelijkheden als
zij om culturele programma's op te voeren bij gelegenheden zoals de
diploma-uitreiking van het Sri Sathya Sai-Instituut voor Hoger Onderwijs,
de vieringen van Bhagavāns verjaardag, feesten zoals Ugadi
enz."
In
het kindertehuis begint de dag 's morgens om 4u30 als de jongens ontwaken en
samenkomen voor nagarasamkīrtana. Daarna volgt joggen. Bij hun
terugkomst wassen ze zich, om daarna bhajans te zingen. Na het ontbijt
gaan ze om 7u30 naar school. Om 10 uur hebben ze enkele minuten pauze om melk te
drinken. Om 12 uur gaan ze lunchen. Na de lunch ontspannen ze zich wat, maken
huiswerk enz. en tegen 2 uur gaan ze weer naar school. Tussen 4u.30 en 5u.
volgen ze bālvikāsles en daarna gaan ze naar hun eigen ruime
speelplaats om te spelen. Na een bad volgt om 6u30 het avondeten, waarna ze tot
10u. huiswerk maken en studeren. Dan bidden ze en gaan naar bed.
De
jongens vinden tijd voor hobby's zoals tuinieren in de moestuin, schilderen,
culturele activiteiten enz. Ze zijn ingewijd in yoga en kunnen met gemak 26 āsana's
uitvoeren.
De
jongens die in maart 2004 klas X hebben afgemaakt, studeren nu voor het diploma
van de hogere klassen van het middelbaar onderwijs van het Nationaal Instituut
voor Open Onderwijs. Ze hebben gekozen voor twee onderwerpen in de
computer-wetenschap naast Engels om in april-mei 2005 examen in af te leggen. In
2005-2006 zullen ze examen afleggen in wiskunde en boekhouden, om zich in juli
2006 op te geven voor de BCA-cursus van de 'Indira Gandhi National Open
University'. Het computerlaboratorium in het tehuis heeft elf systemen, allemaal
via LAN (local area network). Tien andere jongens zullen in maart 2006 het
examen van klas X afleggen van de Staatscommissie voor Middelbaar Onderwijs van
Andhra Pradesh.
"Wij
gaan op donderdag en zondag en op elke feestdag met een speciale bus naar de Sai
Kulwant Hall voor de darshan van Bhagavān" zegt een jongen
van het tehuis, "en komen opgeladen met Zijn gelukzaligheid terug".
"In het begin waren we vooral opgetogen over het uitstekende voedsel dat
we voor de eerste keer in ons leven kregen. Nu beseffen we welke meer
waardevolle dingen we dankzij Zijn genade ontvangen moederlijke liefde en
genegenheid, een goede opvoeding in het systeem van de waarden en
kwaliteitsonderwijs, aangevuld met spiritualiteit. Ik weet niet hoeveel van de
miljoenen hedendaagse studenten in het land zoveel geluk hebben. "
Bhagavān staat tijdens de darshan stil bij de groep jongens en stelt
liefdevolle vragen over hun voedsel, voorzieningen, gezondheid, onderwijs enz.
Terwijl Bhagavān in de Sai Kulwant Hall langs de jongens loopt, voelen
de meeste devotees dat Hij voor deze jongens buitengewoon veel zorgzaamheid en
mededogen koestert.
Bhagavāns liefde en mededogen voor hen kennen geen grenzen. Toen het staatsexamen van
klas X naderde, zei één van de jongens tijdens de darshan tegen Swami:
"Ik kan niet onthouden wat ik studeer, Swami!" "Zo is het
onderwijs, jongen!" schertste Bhagavān, daarmee commentaar leverend
op het tegenwoordige onderwijssysteem, waarin wij niet veel leren dat de moeite
waard is om te onthouden.
Op
17 maart 2003 ging Bhagavān naar het tehuis. Het was de dag waarop het
staatsexamen voor klas X aanving.
Bhagavān zegende de jongens die het examen gingen afleggen persoonlijk door op het
voorhoofd van elk van hen vibhūti aan te brengen. Ouders brengen hun
kinderen naar examens toe. Hier kwam de Heer zelf om ze te zegenen en ze naar
hun examen te zien gaan. Wat een gezegend lot!
Bhagavān heeft voor elk van de jongens 100.000 roepies opzijgezet toen Hij het
project van start liet gaan. Dit bedrag zal, met de rente die het opbrengt,
worden geschonken wanneer ze hun opleiding beėindigen en een betrekking
krijgen. Bhagavān heeft eens verklaard: "Dit staat slechts symbool
voor wat Swami hun geeft, want de hele tijd koesteren ze zich in Zijn Goddelijke
Aura en genieten ze Zijn liefde, mededogen en bescherming, die van onschatbare
waarde zijn!"
Behalve
de jongens wonen twaalf van hun moeders in het tehuis. Sommige van deze moeders
spelen de rol van āyā's (kinderverzorgsters) voor de jongens, terwijl
ze ook helpen bij het onderhoud van het tehuis.
Van
één van hen, mevr. Venkatalakshmi, was de ruggengraat volledig gebroken. Ze
lag in bed toen ze in het tehuis kwam. Ze onderging fysiotherapie in Bhagavāns
Algemeen Ziekenhuis in Whitefield, Bangalore. Het is gewoon een wonder dat ze nu
zelfstandig haar werk doet. "Ik
volg
fysiotherapie, zoals me is aangeraden. Maar mijn hoop is gevestigd op de Sai-therapie
het onafgebroken reciteren van Sai Rām" zegt mevr.
Venkatalakshmi. "Dat heeft geloond. Swami heeft me in Zijn overvloedige
genade een zeer goede verbetering in etappes verleend. Nu kan ik mijn werk doen
zonder de steun van anderen. Ik kan zelfs rondwandelen met het looprek. Het is
zuiver een Sai-wonder dat ik weer op mijn benen kan staan."
"Onze
beste hulpbron hier is gebed" zegt een jongen van het tehuis. "Telkens
als een van ons een probleem heeft, bidden we allemaal samen voor hem, en Swami
beantwoordt dat. Als iemand ziek is, wordt hij onmiddellijk naar het ziekenhuis
gebracht om behandeld te worden. Maar wij bidden voor hem, en dankzij Bhagavāns
genade is hij dan spoedig in goede gezondheid terug." Het is niet te
verwonderen dat een van de jongens volledig genezen is van keelkanker na twee
keer te zijn geopereerd in het 'Kidwai Hospital' in Bangalore. Enkele jongens
zijn behandeld voor symptomen van tuberculose en vertonen er geen enkel spoor
meer van. Minstens een dozijn jongens hebben bij diverse gelegenheden been- of
handbreuken opgelopen, maar die zijn allemaal gezet. Wat verwonderlijker is,
een dove jongen die hier kwam met zijn dove moeder kan nu spreken en studeren,
en verschilt niet meer van de anderen.
De
jongens hebben zelfs hun eigen homakunda (offerplaats)! Telkens wanneer
zij een homa (yajna - offerritueel) uitvoerden kwam er regen. Dat
is opmerkelijk", aldus een onderwijzer in het tehuis. "Ze doen een homa
met de Sai Gāyatrī of een Ganesha homa." Ze vieren feesten
van alle godsdiensten. De moeders zijn op onvoorstelbare wijze spiritueel
gegroeid. Ze doen aan Sai vrata's, Sita vrata's enz. Ze voelen
zelf dat ze de sporen van hun vroegere omgeving, waar een sfeer van geruzie,
vuiligheid, ellende en platte taal heerste, van zich hebben afgeschud.
"Ons
streven in het leven is duidelijk" zegt een van de jongens. "We hebben
ongetwijfeld de ambitie om dankzij een goede opleiding hogerop te komen in het
leven en hoge posten te gaan bekleden. Maar meer dan dat streven we ernaar,
doeltreffende instrumenten van Bhagavān te worden om Zijn werk op aarde
uit te voeren als lid van de universele Sai-familie, doordrongen van de
menselijke waarden die Zijn hart dierbaar zijn."
Zo
trekt de karavaan - de SAI-karavaan - verder!
Sanathani Sarathi januari 2006
K. Geetha Paramahansa